Filmpje en reisverslag van familie Settels

Chantal, Serge en Taro trokken met een 4×4 kampeerwagen vanuit Johannesburg naar Botswana voor een avontuurlijke reis.

Bekijk hier hun filmpje en zie hoe ze deze bijzondere reis hebben ervaren!

Lees ook hun uitgebreide reisverslag:

Botsie here we come.

Daar gaan we dan: eens proberen om een reisverslag te maken van de reis door het onbekende buurland van Zuid-Afrika.
De vlucht was okay, tja, hij duurt lang en dat is wel een stuk fijner van de nachtvlucht want die vliegt letterlijk en figuurlijk toch altijd wel voorbij. We kwamen in het donker aan en werden netjes opgehaald door de eigenaar van de Lodge. En koud dat het was!! Oops, waar hadden wij nu aan gedacht om te gaan kamperen, euh.. kramperen. Mmm.. ik ben wel een echt goed weer kampeerder dus dat wordt lachen. In het guesthouse de tassen overgepakt want als altijd hebben we weer veel dingen bij ons voor de townships en het personeel en dit keer daar ook nog de nodige extra kampeerspullen bij die we niet eerst in het huis konden halen. En jullie kennen mij: een checklist gemaakt om te onthouden wat in welk hoekje van welke tas is weggestopt. Onze laptops in de afsluitbare tas en uiteindelijk alles teruggebracht tot een klein reis/sporttasje per persoon, en een kleine tas met gymschoenen en slippers voor iedereen. Lang leve de Xenos met de reishanddoekjes en andere lichtgewicht dingen. Een grote AH boodschappentas voor de losse dingen en om de volgende dag boodschappen te kunnen doen en we zijn er klaar voor.

De volgende dag (het is nog steeds vriezend koud, help!!), door de Lodge eigenaar afgezet bij de autoverhuur en je gaat het niet geloven: daar staat een oud-teamgenootje van Taro’s honkbaltam met zijn familie. We wisten wel dat ze ook naar Botswana zouden gaan maar iets meer geld ervoor uitgeven dus niet gedacht dat wij ze op precies dit moment en precies deze locatie tegen zouden komen. Lachen dus. Na de nodige instructies (we hebben hun voor laten gaan want die moesten nog een stukje rijden vandaag) op pad. Eerst boodschappen gedaan voor het eten voor de komende twee weken, dus pasta, rijst, etc. En dan op naar de eerste bestemming. Marakele National park. Lekker voor het donker daar. Taro vindt het opzetten van de tent het leukst en helpt dan ook fijn mee. Jaja, wat minder snel voor de afwasmachine.

Khama Khama Khama Kamilea…

Na een koude nacht in Marakele waar we lekker warm waren weggestopt onder de slaapzakken en dekens terwijl we de wilde hond en jakhals heel dicht bij hoorde huilen zijn we om kwart over zes opgestaan
Een ochtendgloren boven de bergen en bibberend onder de warme douche gesprongen om bij de auto terug te komen en daar de ondeugende struisvogels door het kamp te zien struinen, driftig pikkend aan restanten op tafels, keukengerei en de tentdoeken. Parmantig om zich heen kijkend als echte dames die op zoek waren naar een mooie diamanten ring- de perfect rijpe meloen of dat juiste truitje in de uitverkoop.
En wij hebben dit schouwspel fnuikend staan bekijken, blij dat de afwas gedaan was de avond ervoor.
Tja en dan moet je die tiener zijn bed uitkrijgen, dat is een safari op zich hoor!
Missie gelukt om op pad te gaan. Toch nog wat tijd uit ons Marakele verblijf persen dus een hele korte rit het big five gedeelte ingereden maar ja- vakantie door Botsie wotsie is met een stopwatch op pad dus na een uurtje door het hek en naar de exit gate. Onverrichte zaken op een zebra na.
En daar tot onze grote verrassing, je ziet het- en het duurt even voor het indringt – een neushoorn vlak bij de camping net naast de weg. En daaaaaar doe je het nu voor!
Met een brede glimlach op ons gezicht naar buiten gereden op weg naar de grens.
Helaas-  ik een stevige migraine dus survivallen op de achterbank terwijl de mannen gezellig kletsend voorin zitten. Na twee uur kom je bij een heus filmlokatie – een smalle brug over een rivier en dan ben je er. Tussen de enorme rij grote vrachtwagens banen we ons een weg om vervolgens het douane circus door te gaan. Stempeltje hier- stempeltje daar- loketje 1-2-3 , terug de auto in- door de sluis- weer stempeltjes , loketjes en dan in de rij om te betalen. Dat is op zijn Afrikaans een hele uitdaging want 5 man voor je en na een half uur klaar.
Hele proces heeft een uur gekost en dan kunnen we verder.
Botswana is emotioneel anders als je bedenkt dat er geen apartheid was maar alles lijkt hetzelfde. Veel gamereserves en uitgestrektheid.
Om half vier bij Khama rhino- check in en dan nog even rondrijden. Mooie springbokken en zebras gezien. En natuurlijk rhino gezien! En dat terwijl we door dik duinzand cruisen. Fijn die 4×4 cursus die we gedaan hebben bij de broer van Serge!!! En de 4×4 was nodig, zand tot de deurpost, van dat hele zachte. Dit kan je echt niet doen zonder 4×4 of met hun safari jeep. We zagen ze zitten, klapperend van de kou. Na een uurtje snel gekeken wat onze campplek was- midden in het park zonder hekken. Toen gaan eten ( met de auto want dat was 5 min rijden) en opwarmen bij een kachel. En dan als ervaren rotten in t vak de tenten in 15 min in het donker met onze hoofdlampjes op, opgezet en moe om 9 u gaan slapen. Na 3 cola ( ipv koffie want dat help meestal heel goed) was de hoofdpijn weg en de nacht kon beginnen.

Vanmorgen weer vroeg op en op pad. 600 km dus we moesten een eindje. Gelukkig een goede weg met natuurlijk de eigenwijze ezels die doodleuk blijven staan, de kippige koeien die wat voorzichtiger zijn en met twee poten op de weg wachten tot je bijna stilstaat om je dan voorrang te geven en de hyperende geiten die vooral net voor die auto willen over rennen. T’is en blijft Afrika!!
En dan die laatste 50 km waar de potholes menigeen bijna ‘t leven kost. Meer dan een meter breed en een halve meter diep, alsof iedereen straalbezopen achter het stuur is geklommen zwabberen de auto’s je tegemoet terwijl je zelf ook haasje-over speelt om dat gat te ontlopen. LINKS…! RECHTS! Eén commandant aan boord en een mijnenjager die t veld bevecht met 30 km p/ uur. Gelukt

Dé Okavango Delta

Dat we mogen zeggen dat we daar nu zijn is even een emotioneel en indrukwekkend moment! We proberen onze zoon uit te leggen dat maar weinigen op de aarde dit kunnen zeggen en dat het toch meestal de rich and famous zijn
Netjes om 14 u in Maun ( je zegt ma-óen) na 4 checks voor mond- en klauwzeer om daar.. je gelooft het niet- het centrum niet te kunnen vinden in een dorp met 7 straten… jaja. Afrikaanse straten!
Gelukt en nog net 5 min voor de boodschappen waarna we op de camping konden gaan staan.
Super sfeertje, echt backpack aan een rivier met een leuke bar. Daar zitten we dan. Morgen op pad en dan volgen later meer verhalen.

Nieuwe avonturen… schipper mag ik overvaren, ja of nee?

Maun, de Okavango delta. Weer vroeg opstaan, wie ooit dacht dat vakantie met Settels lui is komt bedrogen uit! Het blijft een gekke gewaarwording als je om kwart over 6 uit je tent kijkt en er een klein streepje licht aan de horizon verschijnt, maar het nog geen 10 min later klaarlichte dag is. Alsof iemand het rolgordijntje genaamd “zon” omhoog trekt. In de avond dus verraderlijk want je vergist je er altijd in dus dit ik het eten standaard met koplamp op in het donker te maken. Ach, er zijn restaurants die het als een chique concept verkopen.. de pure smaakbeleving wordt dat dan genoemd.
Gisteren onder het getingel van de koeien- en geitenbellen in no-time letterlijk en figuurlijk onder zeil.
Voordat we gaat varen moet je uiteraard allemaal zelf verklaren dat als je door een krokodil wordt opgegeten, overboord wordt geslagen door een hippo of een boze olifant op je gaat staan, zij vooral dit niet kunnen voorzien. En Taro wordt hier ook als volwassenen gezien dus moet naarstig gaan oefenen op een handtekening, maakt niet uit wat wij als ouders willen. God safe us all!

We varen samen met een jonger Zuid-Afrikaans koppel en hun wat oudere nicht eerst met een overdekt platbodem motorbootje, bestuurd door vriendelijk en betrouwbaar kijkende Oyer over de rivier, en zien zadelbekooievaars, kingfisher, lilac breasted roaler ( wat heeft dat beest een kleuren), lilytrotters en een waterleguaan.
Dan komen we bij de overstapplek, het lijkt wel Amsterdam centraal, een drukte van belang met de boten en mokoros die af en aan varen.
Maar als je uitstapt, stap je terug in de tijd van de inboorlingen. Een soort indianendorpje. Nog een laatste pitstop voor de dames… dé wc van het dorp bestaat uit een man en vrouw gedeelte en is nog net geen gat in de grond waar je boven hangt, er staat een lillieputter wc-tje boven ( knietjes achter de oren vouwen dus). In de onderkant van de deur zit een groot gat dus je het mooi uitzicht… de toeristen draaien zich subtiel om, de dorpsdames staan ongegeneerd giechelend te kijken.
De mannen hebben een andere uitdaging, die deur blijft namelijk niet dicht en waait steeds open, beetje moeilijk dus met een hand de deur achter je rug tegen houden en de andere voor wat anders gebruiken. Volgens mij is het bewust gedaan zodat de dorpsbewoners wat vermaak hebben.

Na deze culturele ervaring gaan we dan op pad in de mokoros, platte kano’s waar iemand achterop staat en met een stok je voortduwt. Voelt erg “mevrouw Banaan”maar ik had het ook niet zelf willen hoeven doen. Ze kunnen wat mij betreft zo bij het circus aan de slag op het koord.
Nu maar hopen dat je niet om gaat, hoewel het water dus maar 50 cm diep is. Onderweg komen we letterlijk de busladingen Japanners tegen, terug van de dure Lodge-overnachting op een van de eilanden die met hun i-phone naar muziek liggen te luisteren, tja.
Na ongeveer een uurtje of 2 varen vrijwel in gehele stilte – wat een rust- door het riet en tussen de planten stoppen we bij een eilandje om wat te lunchen ( natuurlijk moet je een veel te duur mandje kopen maar ach, ze werkt er ook hard voor)
En dan, grote verrassing, gaan we wandelen. Oookay.. dat was niet gezegd ( Nomads/tevlas was het advies op internet). Als we na 30 meter zeer verse ollie-drollen zien liggen en de bootsman doodleuk op mijn vraag ( buffels? Te voet. Geen geweer nodig? ) antwoordt: “ik leg wel uit wat te doen als we ze tegen komen”, wordt dat formulier dat je leuk hebt getekend ineens heeeeel interessant!
Gelukkig geen paniek, wat bokken aan de horizon, zebra’s en later in het tweede vaarstuk een olifant aan de kant en zo komen we dan om kwart voor vier weer terug in het indianendorp. Oyer is er nog niet met zijn boot, maar hij zou ons om 4 uur oppakken dus ach..Afrikaanse tijd. Om kwart over worden we wat onrustig want iedereen is inmiddels weg en opgehaald, behalve wij 6-en. Het koppel gaat op zoek naar telefoon en internet bereik ( we hadden geen telnr gekregen, ben ik blij dat we niet met zijn drietjes hier staan). Arm omhoog, goed zwabberend met je gsm om te kijken of er ergens streepjes verschijnen, nee? Dan weer wat verder lopen, het ritueel herhalen tot ze voor ons uit het zicht verdwijnen en na 30 min terug komen. Charlie Delta Bravo, contact gelukt.

De lodge had de boot gestuurd dus zou ieder moment er moeten zijn, mmm..zou het echt zijn? We geloven het nog maar even maar alles in mij kriebelt dat dit niet gaat gebeuren.

Om 5 uur wisten we het zeker, ze waren ons gewoon vergeten, maar wat nu. Nog een belronde: antwoord = we zijn de boot en bootsman kwijt en sturen nu een nieuwe boot. Jaja… en het is om 6 u donker, ze zijn ons gewoon echt vergeten!!!
Je bent dan wel blij dat je met twee stellen bent, voelt iets zekerder.

De burgemeester van het dorp is inmiddels er bij komen staan en heeft zijn vrijdagmiddagborrel al flink achter de kiezen. Straalbezopen zorgt hij voor ons entertainment. Ieder motorgeluid springen we op, om teleurgesteld te constateren dat er een rijke pief over de delta vliegt als uitje of op weg naar een nog duurdere lodge.
En dan om tien voor zes, komt er in volle vaart een boot aangestoven met een surfer dude aan het stuur. Niet de boot van die ochtend.. nee.. de lodge eigenaar met een koelbox met biertjes ter vergoelijking en excuses.
Inspringen, hij moet de mokoroschippers , die netjes met ons moesten wachten , vertellen dat niet alleen zijn boot en bootsman weg was maar het geld ook. Ook dat is weer zo Afrika. We suizen met speedbootvaart terug. De vogels springen verontwaardigd op van dat geweld en een verdwaalde koe zet het op een drafje als de golf zijn neus in spoelt. Iedereen ligt in een stuip. En dan, jaja, halverwege, ligt inderdaad onze boot. Verlaten aan de kust. De eigenaar springt aan boord en checkt de motor… die doet het… . Hij haalt slim de accu eruit en we varen snel verder. Geen spoor van Oyer te vinden. De race tegen het donker. (You run, You die- verhaal komt in mij op, Willem die zijn gasten op moest halen in het donker tussen de hippo’s).

Gierend van de lach horen we het verhaal van de Lodge eigenaar dat hij dus de boot en de schipper kwijt is geraakt. Boot gevonden, schipper op weg naar ons? Geen idee. Iemand had m in een auto zien stappen. En zo zit je toch echt in Afrika waar je gasten moet ophalen en halverwege bedenkt…? Tja wat?… De alcohol wacht en je hebt het geld voor de mokorovaarders op zak.. .. je denkt niet aan de consequentie of de volgende dag en verdwijnt gewoon. Wat een verhaal!!!

Hikkend van de lach met de tanden stevig op elkaar geklemd om de zwerm vliegjes niet teveel binnen te krijgen, zetten we de toch voort waarbij we net voor het echte nachtdonker bij de lodge aankomen waar het vuur op de kade brandt. De muziek komt uit de boxen en iedereen zit gezellig aan de wijn en het bier. En zo heb je dan weer een Afrikaans avontuur om over na te praten.

Planet bbbbba-ooooo-bap (zo leuk om te zeggen)

Na de Okavango Delta gaat onze reis verder. Wel eerst even echt “uitslapen” dus we komen om half 8 eruit, wat een luxe de dag is hier al half voorbij.

Dan het dagelijkse “ krijg je puber uit bed”, hetgeen hopeloos mislukt want Serge is zo suf om hem in de tent de tas met kleding te geven. Daarop wordt het verdacht rustig in dat donkere gat…. 30 min later en iedere keer een kwartje in die machine gooiend komt er leven, dus een ontbijtje, ( ik doe nog een dappere douchepoging maar geef het na 5 minuten springend als een kikker onder een lauwe straal-8 gr buiten !!-  maar op, en de mannen proberen niet eens), Spullen pakken en na een rit door bruisend Maun constateren we beiden lachend en met een zucht dat het echte Afrika geen leuke bruisende dorpjes kent. 10 winkels, (de Spar is de lifesaver), de bekende marktkraampjes en dat is het dan. Dus rijden we snel door over de grote weg naar Gweta. Iets minder dan 3 uur maar over de pothole weg dus zwabberend en zwieberend.
Dan de vetenary check. Van noord naar zuid altijd strikter want alles om mond- en klauwzeer te voorkomen. De auto uit, met je schoenen door een bak, auto ook, check in de koelkast op vlees, groente en fruit, en we mogen weer.
We begrijpen pas goed waarom, als we een half uurtje later ezels op de snelweg zien. Hoewel- ezels? Die hebben wel veel strepen .. het zijn zebra’s, honderden, overal langs de weg en tussen de struiken. Gewoon naast koeien en geiten! Dit zijn DE migrerende zebra’s naar de Boteti rivier.

Om 1 uur zien we het gigantische aardvarkenbeeld dat de entree van Planet Baobap is. Het doet zijn naam eer aan, overal gigantische Baobap bomen van 2 tot 4000 jaar oud. Dit omgeven door gebouwen die Gaudi en de Efteling jaloers maken. Wat een oase en in de avond voel je de mystiek die ze de bomen toeschrijven. Ze hebben geen takken maar armen, geen blaadjes, wel een soort van vingers die naar de hemel reiken.
Er staan mooi geschilderde kleine rondavels met erachter nog kleinere rondavels (badkamer) die het huisje via een gangetje verbinden en alle vormen zijn rond. We nemen onze action- nepkaarsen mee naar het resto en doen een spelletje.. taraaaa… daar gaat het licht. Hihi haha.. voorbereiding in het halve werk en na de afgelopen 4 jaar Umoja en de loadshedding ben ik dus voorbereid. Zitten wij daar prinsenheerlijk, een tafel in een apart gebouwtje, mooi kaarslicht terwijl de rest zonder licht probeert het bord te vinden. We lijken we echt belangrijk zo… lang leve de Action!

Twinkelt winkel little star, today you just don’t look so far

De volgende ochtend moeten we om 11u de sleutel inleveren maar worden eerst toegezongen door eekhoorntjes, die druk babbelend met elkaar of met ons (?) in gesprek zijn. Dan is het wachten op het vertrek naar de zoutpannen.
We weten dat we met 8 zullen zijn… familie Hollies, inclusief zeer geschikte camouflage fluoriserend gele campingsmoking en zoonlief met voetbalshirt??? Nee toch!!! Of 6 dikke zwaar rokende en nu al aangeschoten Zuid Afrikanen? Oh boy? Tellen en tellen maar het blijkt uiteindelijk een Zwitsers gezin die we eerder hadden gezien bij ons huisje.
Met een safari jeep rijden we via Gweta-dorp tussen de zwaaiende kindjes (ik haaaat dat echt, voel me dan zo ongemakkelijk maar zwaai vrolijk terug) door een soort Cadettenkamp/Drunense duinen, dan wordt het een bertje savanne-achtig met wuivend helmgras en dan zien we een soort groene kuil wat duidelijk een droogliggend meer is. Dit is twee uur in de wildernis en wat sta je dan verbaasd te kijken als er een ranger aan komt lopen uit t niets. Dit is de stokstaartjes-ranger blijkbaar die weet in welk van de 15 holen ze ongeveer vandaag zitten. Ongeveer want hij en wij zijn los van elkaar nog zeker 20 min aan het zoeken. Waarbij ervaren rangers Settels iedere keer enthousiast opspringend roepen dat we ze toch echt daarrrrr zien en onze gids maar doodleuk antwoord: “dat zijn de groundsquirls”.

Mmmm…  ik denk dat wij ze niet meer gaan vinden maar als de ranger ineens vol gas geeft komt de hoop terug. Hij rijdt naar de plek waar we begonnen en ik verdenk hem er sterk van dat het voor het benodigde spanningseffect is dat we ze niet eerder zagen – hetgeen dan natuurlijk weer extra tipgeld oplevert.

En ja hoor, ineens, tegen de stralen van de ondergaande zon, staan daar parmantig de boefjes op de uitkijk. Wat een ondeugende droppies, ze rennen, graven, eten, en kletsen wat af zonder zich maar iets van ons aan te trekken. Probeer maar aan de huidige tiener uit te leggen dat je vroeger 42 fotos op een rolletje had en de stress na het ontwikkelen voor 30 euro of ze gelukt zijn terwijl je daar ligt en honderden foto’s van ze maakt.
Dan moeten we door en staan we ineens bij een kraal waar de quadbikes voor ons klaar staan.
De Zwitserse moeder wil liever niet rijden en maar al te graag bij mij achterop. Helpppp, verantwoording voor twee nu!! Dus daar gaan dan twee gieberende giechelende moeders (sorry zoon, ik weet dat dit NIET cool is) , ik wat in paniek want de “verboden off the road “ en “ niet te hard rijden” is vrij interpreteerbaar… hoppa over de savannen met 50 km p/uur… leuk die achterlichten en nog nooit dit hebben gedaan. Dwars door mul zand.
Even een zonsondergangmoment voor een foto en dan weer verder. Ik krijg meer zelfvertrouwen en Nadia roept hard lachend “jieheee” achterop.
En dan ineens staan we op een soort maanlandschap. Zover je kunt kijken is het wit van het zout. Briljant.
Nog een korte stop voor letterlijk die laatste lichtstraal en in het donker met 50 km /uur achter de jeep aan suizen we over dit niemandsland.
Bakken met stof en zout in je ogen en mond, ik zie alleen wat lichtjes van Serge op 100 meter voor me . Tot.. ineens er een lichtje opdoemt. Ons kamp!
Vuurtje, stoeltjes, en 50 meter verderop een vierkant tentje. De wc.. wel koninklijk want een gat in de grond, daarover een houten wc-gestoelte, een wc rolletje aan een touwtje en een emmer zand. Een van hun dochters had al spontaan smetvrees ontwikkeld deze reis en krijgt bijna een rolberoerte terwijl wij moeders daardoor rollend van de lach over het maanlandschap lopen. Oh boy, wat scoren wij laag in het acceptatiegehalte van onze tienerkinderen op dit moment !
Om half negen worden de bedden gewezen … nog zo’n slappe lach moment… 50 meter de andere kant weer uit, op 30 meter van elkaar liggen twee groepjes matrassen voor elk gezin. Joehoe… frau Anna, ziet gij nog wat? Vooral de Zwitsers hadden best wel een ‘gemütliche Abend’ met de Hollies heel dicht bij willen hebben.

De matrassen liggen met beddengoed in een tentstof ingepakt en dat rits je weer aan de zijkant dicht. Taro roept vrolijk: “ach geen beestjes hier mam” en ik wijs vooral veel naar de duizenden heldere sterren boven ons om dat zogenaamd te beamen want anders is hij zo vertrokken. Met kleren en al in de zak onder de dekens, lekker dicht kruipend tegen de warme bushbaby (lees een warme kruik), schoenen onder de hoofdflap, en dan… niets… niets dan een sterrenhemel en de melkweg. “Mam, dit vind ik ECHT gaaf”, roept onze dappere dodo. Bij de Zwitsers is het beduidend wat minder een succes.

De wind steekt halverwege de nacht op dus we ritsen ons nog verder in. Heel vreemd, het waait hard maar je hoort geen wind want wind hoor je alleen als er weerstand is van bomen. En die is er niet.  Om half zeven bij het eerste ochtendgloren vertelt Taro hoeveel vallende sterren hij die nacht wel niet heeft geteld. Mijn kippige ogen hebben dit niet gezien zonder bril en ik ben in de nacht een keer helemaal naar de wc moeten lopen. Man wat lijkt dat dan ineens een stuk, alsof je een half uur onderweg bent met je zaklampje. Griebels.
De kinderen van de Zwitsers vonden het avontuur toch wel een tikkie te spannend hoor ik van Nadia. En dan te bedenken dat ze allemaal minstens twee jaar ouder zijn. Ha, onze bikkel.

Dan na een koffie en muffin terug naar de lodge met eerst weer quadbike en dan de jeep.

De Zwitsers hebben om twee uur een vlucht uit Maun – lichte hartverzakking voor de ranger dus geen ontbijt of douche voor hun, maar zij rennen meteen voorbij met hun bagage naar de shuttle bus en wij vertrekken na deze beide op ons gemak richting de volgende stop.

Ollies, ollies, en wat hebben wij toch een speciaal plekje

Onderweg naar het noorden even een zuidelijke afdwaling want Nata bird sanctuary is niet veel om en op de terugweg hebben we minder tijd. In het juiste seizoen zijn en flamingo’s en pelikanen maar dat is nu minder kans. Het is het noorden van de grote zoutvoorziengs pan van Afrika- de Sua pan.
En dan hebben we, eenmaal de gate door, weer meteen de echte 4×4 ervaring want het is dik duinzand waar we doorglijden. Toch wel lekker die auto, het spaart alleen al even zo 150 euro uit aan excursies die je anders altijd moet boeken bij een Lodge en je ook met je tijd zo’n rekening moet houden.

Hopelijk staat er een beetje water..  nou, groot is de verbazing als we ineens op water afrijden dat zo groot is dat je de horizon niet eens ziet! En ja hoor… binnen een paar seconden zien we een groep pelikanen komen aanvliegen die vlak naast ons landen! Dit is wel veel meer dan verwacht.
En dan zien we ook aan de horizon een wit roze schemering en blijken dit honderden  flamingo’s te zijn. We kunnen daar niet dichtbij genoeg komen maar ‘yes yes yes’ die heb ik toch ook weer even op het lijstje. Stuiteren in de auto rijden we na een uur terug naar de gate tussen de zebras en wildebeest.
Serge blij dat de stoere auto van pas komt (mannen…) en ik met deze onverwachte verwennerij.
Dan gaan we op weg naar het noorden, anderhalf uur maar. Bij Nata staan de schoolkinderen langs de weg te wachten op de bus naar huis, het is hier zo diep Afrika om te zien. Je rijdt op de snelweg en dan wordt dit ineens een vliegtuiglandingsbaan. Borden geven dit aan, dus wij hopen stiekem op een Flying Doctors vliegtuig maar nee hoor.
Vlak voor Elephant Sands begrijpen we wel waar ze hun naam van hebben want daar staan, weer gewoon langs de snelweg, de olifanten. En iets verder de giraffen. Je moet er toch niet aan denken om daar in het donker te rijden, de grote doorgaande snelweg van Noord naar Zuid en dan lopen deze dieren gewoon langs de weg. Dat is toch wel echt Botswana voor ons.
Het kamp is heel mooi, 15 tenthutten om een grote drinkplek en een campground zonder hekken. De washokken iets minder en we missen onze dagelijkse douche wel hoor.
Als de auto met tenten uit klaar staat, gaan Serge en ik naar de bar en Taro ligt in de auto te lezen. Een gezellige drukte met gillende kinderen in de splashpool en overal geklets. En dan, ineens, slaat de stemming om;  wordt iedereen doodstil , een paar ouders roepen de kinderen toe meteen te stoppen, er heerst ineens een bizarre rust op het terras en ja hoor daar komen de olifanten dwars door de campground aangesjokt en gaan uitgebreid staan drinken. Ik ben wel blij dat Taro dit schouwspel bij ons inmiddels gewend is en weet dat hij niet de auto uit moet sprinten of in paniek raakt want de olifanten staan tussen ons en hem in. Achteraf zegt hij “ja mam, ik zag ze vlak naast de auto staan’. We krijgen nog een echt bushkind hoor.
We kunnen ze bijna aanraken. Ineens realiseer ik me weer hoe bijzonder ons huis is want er zitten meer dan vijftig mensen uit de hele wereld ademloos te genieten van dit schouwspel dat voor ons eigenlijk zo herkenbaar is. Wat hebben wij toch een mooi plekje op de aarde en wat leuk om door de ogen van andere toeristen te zien hoe bijzonder ons huis eigenlijk is. Hier komen mensen van alle hoeken van de wereld vandaan om dit schouwspel te zien en als wij bij Umoja aankomen is het bijna gewoon geworden voor ons. Ik zal deze zomer dan ook proberen extra daar van te genieten.
Tijdens het eten ‘s avonds komen ze nog een keer en bij het ontbijt, terwijl we de auto staat te pakken ook weer… meer nog dan ik had durven hopen.

Mucho mooi, mucho Muchenje

De volgende etappe is Chobe en de Victoria falls, we zijn al over de helft.
Serge en ik constateren samen dat we de natuur mooi vinden maar het echte diepere Afrika ons minder pakt. Dat we (helaas?) al zoveel moois hebben gezien dat we die diepe eerste emoties missen, net als je eerste maanden verliefdheid die omzetten in houden van en waar je soms weemoedig weer naar kunt verlangen. Botswana is groots, ruim en heeft wat highlights maar het leven zelf hier is niet ons ding. Grappig om dat zo helder ineens te zien.
We zijn dan ook erg benieuwd wat Chobe zo bijzonder maakt
Elephant Sands laten we na een ontbijt, dat op zijn Afrikaans meer dan 45 min nodig heeft voor ze melden “there is a technical problem in the kitchen”. De serie excuses dat ze je vergeten zijn ( we waren met nog 3 mensen die wel een eitje hadden), mag hier een speciaal handboek hebben.

De rit is korter dan gedacht en het blijft ons verbijsteren dat we overal langs de snelweg de giraffen, olifanten en zebra’s zien lopen.

Bij Kasane moet je je voor de transit road in- en uitschrijven en rijdt je dwars door Chobe NP. Mooie Sable antilopen staren ons net zo verbaasd aan als wij hun. En dan sla je 5 meter voor de grensbrug naar Namibië linksaf. Heel simpel, de rivier is de grens.

We komen bij de camping die de mooiste en beste van de hele reis is. Wat een pareltje. Aan de rivier ( lijkt op de Okavango Delta) allemaal afgezonderde plekken met zicht op het water , een eigen bbq met werkblad en een (af)wasbak met drinkwater. 10 plekken en 4 badkamers waar je gebruik van kunt maken.

De kleuters van de buren komen op ons af rennen : “hello we are your neighbours”

Taro hangt zijn hangmat op om wat te lezen en wij genieten met een wijntje van het uitzicht. Onze little bushman is meester vuurmaker dus die maakt het vuurtje op de grond met stokjes een hout en de Afrikaanse maan laat zich ondersteboven in een klein sikkeltje zien.

Als we de volgende ochtend om kwart voor 7 de camping afrijden en de doorgaande weg opdraaien zijn we blij dat er hekken omheen zitten want voor de poort staat een enorme kudde buffels wat slaperig te kijken. Wel 50 of meer.

Het park in en nog geen 5 min later, ontbijtcrackertje wegwerkend, – waarom zie ik altijd spectaculaire sightings als ik net culi probeer te doen in de auto met mesjes, crackers, beleg en dan probeer de camera te pakken, de drank niet te knoeien en ook nog wat te zien. – worden we opgeschrikt op een zeer zanderig pad ( denk aan de duinen bij Zandvoort) door half aanrennende olifanten met opgeheven staarten en schuddende flapperende oren die ineens linksaf luid trompetterend de bosjes induiken. Een lawaai, een onrust.. we proberen te achterhalen waar ze staan voor we verder rijden want achteruit is geen optie en vooruit in het mulle zand is niet verstandig. En dan ineens komt er wilde hond voorbij rennen. Ook goeiemorgen Chobe!

We begrijpen wel waarom je hier echt een 4×4 nodig hebt en de cursus bij Boy wordt op ieder vlak vandaag gebruikt. Zandpaden waar we twee keer bijna vast komen te zitten en met zijn laagste versnelling en drie keer terugzakken en opnieuw proberen uit komen ( leuk- olifanten, leeuwen, alles in de buurt!), hele steile rotswegen en water doorwadingen. Alles komt aan bod.

Bij de enige stop /wc vertelt een  ranger dat er leeuwen in de buurt zijn dus snel op zoek.

De moed hebben we al opgegeven als Taro vraagt: “is dat een wrattenwijn in het water?” En dan zien we ze, 12 leeuwen die langs de deltarand lopen en liggen. Sommigen lopen over een landtong verder en anderen staan bij de water doorwading te kijken. En dan krijgen we zicht op een van de meest spectaculaire sightings ooit want vier van de troep besluiten dat rechtdoor prima is en springen het water in en zwemmen naar de overkant. Dit echt naast de auto terwijl wij de enige zijn! Ongelofelijk, ik moet weer denken aan “You run” waarbij Willem de Savuti pride op de foto heeft staan die vanaf het vlonder het water in springen en zwemmen. En nu zien wij dit voor ons gebeuren. De highlight van de reis .

Om half vier komen overal de kuddes olifanten naar het water en zover we kunnen zien staan ollies, honderden. Ook hippo’s in hele grote getalen komen en gaan het water in en uit. De krokodillen liggen te chillen en bedenken alvast welke take-away maaltijd ze zullen bestellen. Hoewel… eentje is een reguliere McDonald-klant want denk maar aan een opblaashelium ballon van een croc.. zo ziet hij eruit. De arme impala of baby hippo of zebra nog in zijn geheel in de buik. Als je erin prikt ontploft hij waarschijnlijk met een grote knal en veel gespetter dus we laten hem letterlijk lekker uitbuiken.

Iets verderop lopen we ineens in een wat minder handige fuik als er plotseling voor – achter – links en rechts om ons heen olifanten staan met baby’s en we dus niets anders kunnen dan met de motor uit op het beste hopen terwijl ze letterlijk met de slurf de auto checken. Nou zie ik op internet altijd mensen doodleuk filmen… mammie-modus slaat bij mij dan echt aan en ik fluister Taro toe dat hij zich vasthoudt en indien nodig tussen de stoel duikt met de armen over het hoofd maar niet mag gillen. Manlief heeft volgens mij nog foto’s en film gemaakt, ik was blij dat ze weg waren en andere op afstand dit gadeslagend meteen kwamen aanrijden om te checken  of t goed was. En weer een avontuur erbij!

Wat maakt Chobe zo speciaal: de grootte van de kuddes en hoe dichtbij alles is. Vooral als je vanaf 15u bij de delta bent en overal de dieren ziet, waar je maar kijkt en in zulke grote kuddes. Indrukwekkend hoor.

Mr Livingstone, I presume?

De volgende dag gaan we naar de Victoria falls en worden om 7 u opgehaald. Nog 9 Duitsers aan boord en we kunnen. Nou… na 25 min roept er een ineens: paspoort vergeten! Leuk, de zelfredzaamheid van pubers die ouders zo belangrijk schijnen te vinden maar misschien niet het juiste moment om dat te doen want het kost ons dus 45 min extra!!!

Ach ja, de grens kost ons meer tijd, anderhalf uur- eerst  Botsie uit en dan Zimbabwe in. En natuurlijk is de creditcardmachine stuk en 1 loket open. Wel veertig toeristenbusjes dus paniek . Onze guide is handig en onderling verdelen we snel de dollars en hij duwt de douane erdoor.

Om 12u zijn we er dan en de gids probeert natuurlijk nog even een helivluchtje voor ‘slechts’ 300 euro pp te verkopen. Nou, dank u vriendelijk maar nee.

Bij het uitstappen is het eerste dat je hoort een enorm gerommel.

Dan loop je ineens een hoek om en zie je de eerste golven met water met enorme kracht over een rand naar beneden storten. Een keihard stromende rivier, enorme schuimmassa en een oorverdovend lawaai.

Totaal zijn de watervallen 1.7km lang en het diepste is 108 m maar niet eens veel groter dan de Niagara. Wel indrukwekkender want je loopt tussen de apen in een dicht regenwoud waar alleen voor de toeristen een pad loopt.

Niet voor te stellen dat David Livingstone hier heeft gelopen!

Het vreemde is dat de lucht blauw is en het ene moment je nergens last van hebt en het andere in twee seconden tijd je in een stortbui staat van de watermassa die weer naar beneden moet komen. Hoe meer water in een keer, hoe meer regen. Ondanks regenjassen zijn we tot de onderbroek nat maar Taro loopt dansend te juichen en roepen hoe gaaf hij het vindt. Bij de laatste waterval sta ik stil , kijk nog een keer om alles in me op te nemen en realiseer me voor t eerst dat dit er eentje is die je van je bucketlist streept en waar je nooit meer zult komen. We worden ouder….

Om 14u rijden we terug en dat gaat een stuk sneller. Overal langs de weg staan kilometers rijen met stilstaande vrachtauto’s. Wat blijkt- ze komen bij de grens en dan  lijkt aak dat inmiddels papieren gewijzigd zijn, de koers gekelderd, belastingen veranderd. Dan wachten ze op clearance maar als het te lang duur laten ze de auto staan- het kan soms jaren duren. De regering verkoopt alles na 5 jaar per opbod!

Op de camping een douche onder het gezelschap van meneer kraaloog gekko die iedere middag gezellig komt kijken in de douche. Dan een wijntje en salade van tomaat met feta en een blackbean salade met een spelletje en om 9u erin.

Dag Chobe, hello Nata 

Vanmorgen om 6u er weer uit, het gaat bijna wennen. Bijna want vannacht zijn de september winden opgestoken en hele harde windstoren rond de tent slaapt onrustig. door Chobe naar Kasane . En weer in het park grote kudde buffels echt naast de auto, heel veel hippos, giraffen, zebras en taralen. Weet je wat ik zie als ik gedronken heb….Streepjes en stippen door elkaar.

We rijden rond 10u het park uit.

De kuddes van Chobe trekken aan ons om ooit samen van Maun naar Kasane door de wilderness te trekken en de Victoriafalls zijn bijna een illusie. Wij hebben even de voetsporen  van de Great Doctor Livingstone mogen volgen

Voor de rit naar Nata bij een heuse Amerikaanse keten  (Nandos) lekker kipvleugeltjes gelunched (11u. je hele ritme verschuift) en om 12u op de snelweg. En wederom tussen de vrachtwagens overstekende giraffen.

Dan weer door de vet-checks waar ze de auto streng controleren. Met dank aan Irene die dit al verteld had hebben we zogenaamd alleen onze bergschoenen bij ons en hoeven we niet de slippers ook door de bak heen te trekken. Ze proberen nog wat van ons te sjacheren maar we geven het lekker niet af.

De rit gaat snel en we naderen Nata. Er gaat een verhaal dat de lokale Nomaden de pannen in gingen, denkend dat ze aan de horizon veel water zagen en zo velen omkwamen. Wij zien de glinsteringen ook aan de weghorizon en dan is er ineen die oase die GEEN illusie is, Nata lodge. Net naast de zoutpannenwoestijn ligt deze palmbomen oase. Zoek zelf een plek, in een zandgrond met de kokosnoten boven je. Er hangt bijna een Caribisch sfeertje. Lekker eten en de buurtjes hebben een zesjarige die Taro ter plekke tot God verheft als hij hem laat zien hoe je met Minecraft bomen om hakt. Wij moeders kijken elkaar giechelend aan als het etenstijd wordt want dat vergt wat creativiteit om hem terug naar mama te laten gaan terwijl onze zoon onverstoord cool weinig van de commotie begrijpt.

De Lodge is leuk en gezellig en voor het eten drinken we nog wat bij de auto, gaan dan eten en maken daarna nog even een vuurtje in de vuurplek maar we zijn best moe toch vroeg het bed weer in.

Ik ben wel blij dat we de zoutpannen gedaan hebben vanuit Planet Baobap anders hadden we niet de extra ochtend Chobe kunnen doen.

 De laatste perfecte spannende avond

De volgende dag weer vroeg eruit, op, de lange tocht naar de grens. En zowaar, we zien een eerste teken van een echte stad als we Francistown schampen waar we snel wat lunch inslaan.
Om drie uur, 10 km voor de grens linksaf een gravelroad van 13 km op. Het lijkt wel of we naar Umoja rijden, eenzelfde zandpad. We komen bij de gate…. niemand! En onze toeter doet het niet, wat nu?
Er zit een opening net groot genoeg om door te glippen dus Serge gaat bij het huisje roepen en gelukkig komt dan eindelijk de gatekeeper in actie. Hij lijkt er niet echt van overtuigd dat we al gereserveerd hebben maar na 3x heel stellig gezegd te hebben en getoond dat we gereserveerd en betaald hebben, mogen we binnen.

8 kilometer over een game reserve waar we meteen impala’s en giraffen zien lopen. Bij het hoofdgebouw worden we door een jonge blanke Afrikaanse knul ontvangen en hij vertelt waar onze campsite is.

Ik had vooraf nog doodleuk geroepen dat we vast veel toeristen deze laatste avond zouden tegenkomen…nou, die campsite was 1 mooie plek onder een boom aan de Limpopo rivier waar het ultieme avontuur begint. Bijna een kilometer van de receptie, anderhalve kilometer van de (enige) andere kampeerplek vandaan. Daar staan drie houten afrasteringen, twee vormen een bush-wc met uitzicht op de rivier en een die een douche is. Bedenk hierbij een betonnen vloertje, een douchekop en dat is het. Verderop staat de donkey voor de douche: een groot watervat met een houtvuur eronder dat je een uur vooraf aansteekt om warm water te hebben. Mmm, het is 6 gr in de ochtend , DIE skippen we maar even. Dan is er een vuurplek met hout dat klaarstaat, een stenen bbq en een vat waar drinkwater uitkomt. Ook dat maar niet geprobeerd. We hebben uitzicht op Zuid Afrika aan de andere kant van de rivier.
En daar sta je dan helemaal alleen in de bush. De apen komen over de boomtoppen aanspringen om alles goed in de gaten te kunnen houden en de impala’s en bushbokken springen verschrikt uit de struiken weg als we op hun plekje aankomen rijden.
Je mag hier wandelen dus dat doen we dan, wel stiekem bewapend met wat stenen want ik had gelezen dat er aardwolf en hyena en af en toe luipaarden gezien worden.
De laatste kilometers en de laatste mooie herinneringen, ze konden niet perfecter zijn.
Om kwart voor zes terug bij ons kamp waar we een groot vuur maken (Meestermaker Taro). Het avondeten is een soep met champignons en ham en als toetje gepofte appel met rozijntjes die we uit de pinda/rozijnknabbels gehaald hebben met honing. In het licht van de zaklamp zien we de ogen van de krokodil dichterbij komen om eens te checken wat er allemaal te doen is en in het water weerschijnt de reflectie van Mars terwijl de melkweg helder met duizenden sterretjes twinkelt boven ons hoofd. Wat een bijzondere laatste avond is dit. Het perfecte einde van deze reis.
Nu zijn we gecertificeerde avonturiers!
We doen in onze daktent nog een spelletje en dan slapen want het is koud.
In de nacht word ik toch nog even in paniek wakker want het voelt wel heel erg kwetsbaar ineens. Ik maak dit keer Serge wakker en vraag hem of hij wakker wilt blijven tot ik slaap want anders kan ik me toch niet ontspannen, dat werkt en om kwart over zes worden we wakker van de kou om heel dapper om half zeven bij het eerste echte licht naar de “wc” te rennen. Meteen het vuurtje aangestoken, warme koffie en na het ontbijt op pad terug naar ZA.
Over de grens valt ineens heel erg op hoe ontwikkeld ZA is, je vergeet het bijna in Botswana. Om 2u de auto ingeleverd en naar ons guesthouse. De zon schijnt lekker in de tuin dus even genieten met een wijntje. Dan alles overpakken en dan voor Taro zijn beloofde pizza besteld terwijl wij zalig hun home-made shepards pie eten ( soort jachtschotel, zalig!!)
Dan de ultieme luxe van bedverwarming, lange douche en even in bed tv kijken en morgen naar Phalaborwa. Het voelt of de vakantie voorbij is maar hij is nog lang niet over. Vreemd hoor.

Met enige weemoed bedenk ik wel dat ik officieel iets van mijn Bucketlist heb geschrapt, de Vic falls. Mijn zoon zal daar vast ooit nog terug willen komen, maar of wij dat nog doen? Nee, Botswana was mooi, en de 12 dagen precies genoeg. Wij gingen minder voor het wild want dat hebben we in onze tuin lopen maar wel voor de ervaring. Het is echt een ander land dan Zuid Afrika. Het voelt veiliger maar het is wel een echt zwarter Afrika als je het zo low-budget doet. Of ik er nu weken zou willen rondtrekken? Dat weten we niet. Ooit nog een keer een lange week met z’n tweetjes van oost naar west of vice versa door Chobe trekken lijkt me wel nog leuk als echt avontuur maar dat zien we dan nog wel. Het kost zoveel geld voor iets dat je ook in Zuid Afrika kunt zien; of hebben wij misschien gewoon al zoveel gezien. Tja, niet iedereen kan zeggen dat hij een huis heeft waar de giraffen, luipaarden, olifanten en al het kleine wild door je tuin loopt. Dat is ook wel weer zo. Serge en ik hebben geconstateerd: Botswana is wild op steroïden: alles in grote hoeveelheden. En dat vonden we wel heel indrukwekkend. Voor Taro was het kamperen in de daktent en de quadbike/stokstaartjestocht de kers op zijn taart. Onze held heeft genoten. Leuk om te zien.